Wat is angst?

Angst is een gevoel van spanning, onrust, stress of bezorgdheid. Het ontstaat wanneer we denken dat er gevaar is. Dit gevaar kan echt zijn, maar ook alleen in onze gedachten bestaan. Angst zet het autonome zenuwstelsel aan. Hierdoor staat het lichaam als het ware “aan”. Angst is dus een beschermend alarmsignaal dat ons helpt om gevaar te herkennen en te overleven.

Angst en de evolutie

Mensen voelen al duizenden jaren angst. Dit helpt om te overleven. Vroeger was angst nodig om te vluchten voor gevaarlijke dieren, zoals een beer. Bij angst activeert de amygdala het lichaam. Er komen stresshormonen vrij, zoals adrenaline en cortisol. Het hart gaat sneller kloppen, je ademt sneller en je spieren spannen zich aan. Zo is je lichaam klaar om te vluchten, vechten of te bevriezen. Soms voelen mensen angst terwijl er geen echt gevaar is.

Psychologische angst

In de psychologie betekent angst: een emotionele reactie op gevaar, echt of ingebeeld. Angst kan mild zijn, maar ook ernstig. Voorbeelden van ernstige angst zijn:

  • Angst voor spinnen
  • Pleinvrees

Er bestaan ook angststoornissen. Dan is het angstsysteem te actief. Angst hoort ons te beschermen, maar bij een angststoornis werkt dit systeem te sterk en veroorzaakt het problemen in het dagelijks leven.

Hoe werkt angst in de hersenen?

Bij angst zijn drie delen van de hersenen belangrijk:

  • Amygdala (angstcentrum)
    • Herkent gevaar en start snel een stressreactie. Dit kan ook bij gevaar dat alleen wordt gedacht.
  • Prefrontale cortex (het denkende deel)
    • Helpt om logisch na te denken en angst te remmen. Bij mensen met angststoornissen werkt deze rem vaak minder goed.
  • Hippocampus (geheugen)
    • Slaat herinneringen op en vergelijkt situaties met eerdere ervaringen om te bepalen of iets echt gevaarlijk is.

Wat gebeurt er bij angststoornissen?

Bij een angststoornis reageert de amygdala te sterk op onschuldige situaties. Het gevaar wordt overschat.
De prefrontale cortex kan de angst minder goed remmen. Mensen gaan situaties vermijden die angst geven, maar dat maakt de angst vaak erger. Gelukkig is behandeling van angststoornissen vaak effectief. Soms wordt de angst in stand gehouden of erger gemaakt door middelengebruik.

Middelengebruik door angst

Sommige mensen gebruiken middelen om hun angst tijdelijk te verminderen. Dit heet zelfmedicatie. Voorbeelden:

  • Alcohol drinken bij sociale angst
  • Wiet gebruiken bij paniekaanvallen

Het probleem is dat de oorzaak van de angst niet wordt aangepakt. De angst komt terug en vaak is steeds meer van het middel nodig. Dit vergroot de kans op verslaving.

Angst door middelengebruik

Sommige middelen kunnen angst juist veroorzaken of verergeren, vooral bij veel gebruik of bij stoppen. Deze middelen beïnvloeden stoffen in de hersenen die ook met angst te maken hebben.
Voorbeelden:

  • Alcohol: angst bij kater of stoppen
  • Cannabis (wiet): paniek of achterdocht bij hoge dosering
  • Cocaïne / amfetamines: extreme onrust en paniek
  • Benzodiazepines: angst bij stoppen na langdurig gebruik
  • Cafeïne: hartkloppingen en trillingen die op paniek lijken

Heb jij last van angstklachten? Wij kun je helpen. Stel dan een vraag aan Drugsinfoteam.